
TRANEN VAN EEN JOURNALIST
"Huil niet wanneer de zon schijnt, opdat je de sterren niet ziet."
Toen men mij vroeg of ik genegen zou zijn een boek te schrijven over
het leven van de journalist Jozef Slagveer, realiseerde ik mij terdege,
dat het gewoon geen eenvoudige taak is een dergelijk moeilijk onderwerp
op boeiende wijze te behandelen. Maar deze beklemming verdween spoedig
toen ik overdacht wat ik in zijn dagboek zou kunnen opnemen. Het was
of er in mijn geest een luikje openging, waaruit een stroom van herinneringen
te voorschijn kwam.
Het geeft het verhaal van een dichterschrijver-journalist, dat te snel
- of misschien te laat opgroeide, de beschrijving van een leven dat
veel tragedie bevatte, niet alleen voor hem - maar ook voor velen die
hem dierbaar waren. Ik heb het niet gemakkelijk gevonden de deuren van
het verleden te openen en dingen te vertellen die de meeste mensen zelfs
aan vrienden niet zouden willen openbaren, of schrijven, om door vreemden
te worden gelezen.
Waarom schrijf ik deze korte biografie. Er zijn verschillende redenen.
Om te beginnen geloof ik dat het schrijven mij zal helpen mezelf klaarheid
te verschaffen aangaande mijn houding tot de wereld om mij heen. Ik
geloof dat het ertoe zal bijdragen mijn rechtschapenheid in eigen ogen
te herstellen. Maar ook dat het anderen zal helpen. En dit rechtvaardigt
naar ik meen, het openen van de deuren van een verleden, dat mij, die
het doorleeft heeft, soms - wanneer ik er op terugzie, volkomen ongelooflijk
onbestaanbaar voorkomt.
Ik heb lang nagedacht over de manier hoe het levensverhaal van de journalist
Jozef Slagveer te beginnen. Ik zou kunnen aanvangen op het ogenblik
van hilariteit, toen hij in 1968 debuut maakte met zijn novelle
"DE VERPLETTERDE DROOM'.
Ik zou dan ook kunnen beginnen op het afschuwelijke moment, toen hij
voor een open venster stond met tijden van verschrikking en vernedering.
Misschien is de juiste manier om het te vertellen zoals het gebeurde.
Jozef heeft nooit zijn eigen leven geleefd; het werd bepaald voor hij
geboren was. Zijn ouders waren hopeloos verzot in de kerk. Zijn moeder
die positieve denkbeelden had over invloeden voor de geboorte, bracht
zoveel tijd in de kerk door als ze maar kon. Ze wenste dat Jozef naar
het klooster ging - en omdat zij het heilig beeld van Sint Jozef in
de kerk tot vereren toe bewonderde, werd hij naar hem genoemd toen hij
eindelijk op 25 januari 1940 ter wereld kwam: JOZEF HUBERTUS MARIA.
Zijn vader had hem een andere toekomst bedacht. Zijn droom was hem als
een grote dichterschrijver te zien. Jozef heeft vaak getracht de oorsprong
van de sterke liefde van zijn ouders voor de dichtkunst op te sporen.
Misschien was dat het gevolg van onvervulde dromen, waarvan hij als
kind nooit iets geweten heeft. Zijn vader, een man met een sterke wil
en toch een gemoedsmens, voelde dat schrijvers degenen zijn met werkelijk
talent. Hoe dan o zover als mijn herinnering terug gaat was de dichtkunst
zijn leven. Wat Jozef in zijn kinderjaren het meest voor voelde was
angst en eenzaamheid. Hij was bang zijn ouders te ontstemmen. Hoewel
ze veeleisend waren en veel van hem hielden. Hun toewijding op zijn
loopbaan was voor hen steeds de wonderpoort. Zijn gevoel van eenzaamheid
was moeilijk te verklaren. Hij was eenzaam, waarom wist hij niet. Hij
voelde zich altijd ontoereikend, en hield nooit van de jongen die hij
was.
Op de Sint Antonius-school te Mary's hope, een basisschool, die hij
in zijn jeugdjaren bezocht, werd hij altijd Hubert genoemd. In zijn
geboorteplaats Totness, stond hij bekend als Hubertus. Als ik in de
tijd terug kijk, weet ik dat hij reeds op zijn vijftiende kon dichten.
Het eerste gedicht in zijn jonge jaren was:
"Totness"
hier ben ik geboren
tussen de erebogen van de kokospalmen
in de schoot van een negerin
hier klonken de eerste vreugde
de kreten van mijn vader en de vroedvrouw en eenzaam begeleidde
hier wil ik sterven met erebogen van de kokospalmen
dit is mijn land mijn eigen land niemand die me dit ontnemen kan…
Jozef heeft een grote liefde gehad voor Totness. Na de basisschool vertrok
hij naar Paramaribo om de Mulo-school te bezoeken. Op de Sint Paulusschool
had Jozef nog de dromen van zijn moeder om het priesterambt te bekleden.
Na zijn middelbareschool (AMS) vertrok hij naar Nederland, met de bedoeling
het kloosterleven in te gaan. Maar in Nederland ontdekte hij al gauw
dat het niet zijn roeping was. Voor Jozef was het dan ontzettend moeilijk
zich zelf te ontvluchten. Hij liet zich toen inschrijven op de Academie
en Werkcentrum voor Expressie en ontving een journalisten opleiding
aan de Vrije universiteit in Amsterdam. Na zijn opleiding in de journalistiek
ging hij werken aan verschillende dag- en weekbladen en debuteerde als
dichter in 1959 de dichtershoek van het Algemeen Handels-blad in Nederland.
Ook studeerde hij M.O.-Nederlands en schreef schetsen voor het dagblad
"Trouw". Hij was tevens hoofdredacteur van "Djogo" orgaan van het Surinaams
Verbond.
Jozef Slagveer keerde in 1967 terug naar Suriname en werkte op de Hoofdafdeling
Pers- en Voorlichting van het ministerie van Onderwijs. Tijdens zijn
loopbaan als pers- en voorlichtings-man aan dit ministerie, is hij zich
gaan wijden aan het theaterleven. In de jaren 1967 en 1969 schreef hij
verschillende toneelstukken die hij heeft laten opvoeren. Enkele van
zijn stukken werden in zijn geboorte-district opgevoerd. Zijn trots
verzette zich er tegen ooit zijn gevoelens te laten blijken. Hij leerde
zijn angst en afkeer mas-keren met voorgewende onverschilligheid en
een manier van doen als sprak eigenlijk alles vanzelf. Hij zocht het
avontuur nimmer, maar was er zich van bewust, dat het altijd op de loer
lag om hem te overrompelen. De meest alledaagse dingen eindigden bij
hem dikwijls in hevige gebeurtenissen. Hij werd voorzichtig en trachtte
vooraf te peilen of er in een bepaalde daad mogelijkheden voor emotionele
belevenissen verborgen zaten. Het had echter geen zin dit te doen, want
op de een of andere manier wist het avontuur hem toch weer te vangen.
Zijn vader was opgetogen en zijn moeder bezorgd, hij zelf in het begin
gealarmeerd later berustend. Zo kreeg hij de roep nergens voor terug
te deinzen, hoewel hij in werkelijkheid gevecht op gevecht met zichzelf
moest leveren om de situatie de baas te blijven.
EERSTE PERSBUREAU IN SURINAME
Na zijn ontslag als Pers- en Voorlichtingsman aan het Ministerie van
Onderwijs en Volksontwikkeling, begon hij met een nieuwsagentschap.
Het was het eerste Algemeen Persbureau in Suriname. Het persbureau Informa
werd in 1971 een feit. Het was de eerste keer in zijn leven, dat hij
bewust toegaf aan iets, waarvan hij vooraf wist, dat het loerende avontuur
een kans zou krijgen. Aan de Heerenstraat waar hij met zijn persbureau
begon, publiceerde hij het Informa-bulletin en het weekblad Actueel.
Daarnaast verzorgde hij een informatief radioprogramma, onder dezelfde
naam van het weekblad Aktueel.
DE BESTE JOURNALIST IN SURINAME
Jozef was een van de beste journalisten in Suriname. Hij was een journalist
met een open blik. Hij was altijd als eerste bij het nieuws. Jozef heeft
tijdens de regeerperiode van NPK-2, waar Henk Arron de leiding had,
een financieel schandaal aan de grote klok gehangen. Willy Soemita,
toen minister van Landbouw, belandde in de gevangenis. Het Soemita dossier
"Smeergelden affaire" die de journalist Jozef Slagveer publi-ceerde,
viel als een slag bij de toenmalige NPK-regering. Jozef was radicaal
en schreef de dingen zoals ze zijn. Hij werd daardoor niet overal met
een glimlach ontvangen. Hij ging vaak uit op de achtergrond van het
nieuws en wist zich nooit uit het veld te slaan.
Zijn publicaties
Jozef's eerste gedichtenbundel was een ode aan zijn geboorte district
Coronie. "Kosu dron" verscheen in 1969.
Hierna verschenen de volgende publicaties:
De verpletterde droom
Sibi busi
Cocaïne doodt Paramaribo
Een vrouw zoals ik
De nacht van de revolutie enz.
8 december 1982 ……. Een zwarte bladzijde in de
geschiedenis van Suriname. Jozef die het toenmalige militairbewind kompleet
ondersteunde, werd samen met 14 andere burgers op barbaarse wijze vermoord
door de militaire machthebbers. Zijn dood is een schok geweest voor
de journalistiek in Suriname, niet alleen maar ook voor de Coronianen.
Na zijn dood, was de persvrijheid in Suriname opgehouden te bestaan,
en werd pas in 1991 tijdelijk hersteld. Suriname heeft na de dood van
deze bekende journalist nooit meer een persbureau gehad. Ook de jurist
Riedewald, en Gonsalves districtsgenoten werden ook gerekend tot de
slachtoffers van de decembermoorden.